De dichtheid van het bot (de botmassa) kan op een betrouwbare manier gemeten worden op verschillende plaatsen in het skelet. Meestal worden de heup en de lendenwervels (LWK) gemeten. Het apparaat in het WZA waarmee dit gebeurt is een soort een röntgenapparaat, maar de straling waaraan men tijdens het onderzoek wordt blootgesteld is erg laag. Met een meting (DEXA meting) van de botdichtheid (BMD) kan de hoeveelheid botmassa gemeten worden. Hoe lager de BMD, hoe groter de kans op een botbreuk als men komt te vallen. Met een botdichtheidsmeter meet men dus eigenlijk de kans op een breuk. Of er daadwerkelijk een botbreuk of wervelinzakking optreedt is niet te voorspellen.
De meting wordt uitgedrukt in een T-score en een Z-score:
T-score: uw botdichtheid vergeleken met de botdichtheid van een vrouw rond het 35e jaar;
Z-score: uw botdichtheid vergeleken met de botdichtheid van iemand van uw leeftijd.

  • Bij een uitslag van: T-score tussen de +1  en –1 is alles prima.
  • Bij een uitslag van: T-score tussen de –1 en –2,5 is er sprake van osteopenie (verminderde botmassa).
  • Bij een uitslag van: T-score vanaf –2,5  is er sprake van osteoporose.

Alleen de echte DEXA meting is wetenschappelijk gezien de gouden standaard op het gebied van botdichtheidsmetingen. De Wetenschappelijke Raad vindt metingen van de hiel en de vinger niet betrouwbaar in de praktijk. De vinger- en hielmetingen geven veel vals positieve en vals negatieve uitslagen bij de diagnose osteopenie / lage botmassa. Alleen als iemand echt heel erg laag zit bij de vinger- of hielmetingen zal een echte DEXA deze diagnose waarschijnlijk bevestigen. Veel mensen worden met hiel- en vingermetingen dus ten onrechte worden bang gemaakt of ten onrechte worden gerustgesteld!