Certificaat Diabetesteam

Het diabetesteam van het WZA heeft met succes de multidisciplinaire nascholing pomptherapie voor diabetesteams gevolgd. Het team voldoet na aan alle kwaliteitscriteria voor optimale en doelmatige inzet van insulinepomp- en sensortherapie.

Start MiniMed 670G-systeem

Op woensdag 6 februari zijn de eerste patiënten met diabetes type 1 in het WZA getraind en gestart met het MiniMed™ 670G-systeem. Het systeem bestaat uit een pomp en een sensor. Met de SmartGuard™ Automodus-technologie wordt de insulineafgifte elke vijf minuten automatisch bijgestuurd. Onderzoek heeft laten zien dat er met dit systeem minder glucose schommelingen optreden en dat de tijd binnen de streefwaarde (Time in Range) toeneemt. We hopen dat het dagelijks opstaan met een glucosewaarde van 6 mmol/l niet langer een droom maar werkelijkheid wordt voor onze patiënten met diabetes type 1!

Nieuwe internisten

Vanaf 1 november zijn twee nieuwe internisten in het WZA werkzaam: Marleen Vosjan en Tamara Wustman. Marleen Vosjan heeft als aandachtsgebied Endocrinologie. Het aandachtsgebied van Tamara Wustman is Hematologie.

WZA opent stollingspoli voor trombosepatiënten

Patiënten die vragen hebben over het gebruik van nieuwe middelen tegen trombose kunnen binnenkort terecht op een stollingspoli van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Op de poli worden ook controles gehouden bij patiënten die de nieuwe soort bloedverdunners al gebruiken.

Bloedverdunners behoren tot een van de meestgebruikte medicijnen. Volgens internist Janneke Swart en casemanager Inge Paas moet een deel van de patiënten de middelen hun leven lang slikken, bijvoorbeeld patiënten met bepaalde hartaandoeningen zoals ritmestoornissen. Een andere groep die hun hele leven bloedverdunners moet slikken, bestaat uit mensen die een terugkerende trombose of een longembolie hebben gehad. De stollingspoli in het WZA is voor deze laatste groep trombosepatiënten bedoeld.

B88838271Z.1_20171113224910_000+GFHNP6E1.1-0

Makkelijker in gebruik

Swart en Paas vertellen dat het WZA al sinds 2009 meewerkt aan onderzoek naar nieuwe soorten bloedverdunners die door de farmaceutische industrie worden ontwikkeld. Het ziekenhuis heeft vrij recent ook meegewerkt aan een studie. Het medicijn dat toen is onderzocht, kan bij een flink aantal patiënten worden gebruikt. ,,Het grote voordeel van de nieuwe bloedverdunners is dat ze net zo goed werken, maar veel makkelijker zijn in gebruik” zegt internist Swart. ,,Patiënten hoeven niet meer wekelijks naar de trombosedienst om te laten controleren of hun bloed niet te dun of te dik is.”

De nieuwe middelen worden volgens Swart beter in het bloed opgenomen. ,,Er zijn minder schommelingen in de dikte van het bloed en er zijn ook minder vaak terugkerende tromboses of bloedingen. Het is dus een veiliger medicijn en makkelijker voor de patiënt.” Daarom gaan steeds meer patiënten over van de traditionele bloedverdunners naar de nieuwe medicatie. ,,Mensen met een slechte nierfunctie komen niet in aanmerking.”

Internist Swart zegt dat het enige nadeel van het nieuwe medicijn is dat er geen middel is die de werking kan opheffen als iemand acuut geopereerd moet worden. ,,Dan kunnen er nabloedingen ontstaan. Maar dat komt eigenlijk heel erg weinig voor.” Het WZA registreert alle complicaties en bijwerkingen van het medicijn. ,,We zijn dat verplicht. De inspectie controleert in alle ziekenhuizen of die registratie op de juiste manier gebeurt.”

Uitleg

Het WZA begint eind deze maand met de stollingspoli. Patiënten krijgen uitleg over de werking van het nieuwe medicijn. ,,Mensen die het al gebruiken, wordt gevraagd of ze bijwerkingen ondervinden zoals bloedneuzen”, vertelt casemanager Inge Paas. ,,We kijken verder of er eventueel een ongewenste wisselwerking is met andere medicatie. In het gesprek komt ook therapietrouw aan de orde: of de medicijnen op de voorgeschreven manier worden gebruikt.” Paas zegt dat een patiënt die het nieuwe medicijn gebruikt in principe een keer per jaar naar de stollingspoli moet komen. ,,Het bloed wordt dan ook onderzocht en de uitslagen besproken.”

Patiënten die de stollingspoli bezoeken worden gezien door een vasculair verpleegkundige en de internist. ,,De mensen zijn gewend geregeld gecontroleerd te worden door de trombosedienst. Dat valt weg voor mensen die het nieuwe middel slikken. Voor deze patiënten, maar ook voor artsen, zijn wij het aanspreekpunt. Zij kunnen bij ons terecht als er vragen zijn, bijvoorbeeld over het gebruik van bloedverdunners bij een operatie. Mensen die zich afvragen of zin aanmerking komen voor het nieuwe medicijn, kunnen contact opnemen met hun huisarts. Deze kan de patiënt verwijzen naar de stollingspoli van de afdeling interne geneeskunde van het WZA.”

Bron DVHN 14-11-2017

Bekostiging insulinepompen blijft onder de hulpmiddelenzorg

Goed nieuws voor (aanstaande) insulinepompgebruikers. Zorginstituut Nederland adviseert de minister om de bekostiging van insulinepompen onder de hulpmiddelenzorg te laten vallen, zoals dat nu ook gebeurt. Eerder stelde het Zorginstituut voor dat insulinepompen niet meer vanuit de hulpmiddelenzorg worden verstrekt, maar dat ze uit het ziekenhuisbudget betaald worden. Het Zorginstituut ziet daar nu van af. Daarmee neemt het Zorginstituut het advies over van de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF), waar ook Diabetesvereniging Nederland in vertegenwoordigd is.
Risico
Beleidsadviseur Eglantine Barents van de Diabetesvereniging noemt dit “heel goed nieuws”. Zij is al jaren betrokken bij dit onderwerp. “Al sinds 2009 heeft Diabetesvereniging Nederland gestreden tegen de overheveling van de insulinepomp naar het ziekenhuisbudget. Ook via de NDF hebben we onze stem laten horen. Bij bekostiging van insulinepompen vanuit het ziekenhuis is het een serieus risico dat diabetesteams onvoldoende insulinepomptherapie kunnen bieden, omdat het ziekenhuis uit hetzelfde budget ook andere urgente en kostbare zorg moet bieden. We zien dat ook bij continuglucosemonitoring: het aanbod blijft achter bij de vraag. We zij dus blij dat kinderartsen en internisten pomptherapie kunnen blijven bieden voor patiënten voor wie zij dat van belang vinden.”
Kwaliteitscriteria
In plaats van de wijziging in bekostiging wil Zorginstituut Nederland inzetten op de implementatie van de kwaliteitscriteria voor insulinepomptherapie. Deze staan in het Consensusdocument Kwaliteitscriteria Insulinepomptherapie van de NDF. Medewerkers en vrijwilligers van Diabetesvereniging Nederland werkten daaraan mee. Het document stelt concrete eisen aan alle betrokkenen bij insulinepomptherapie: patiënten, zorgverleners, behandelcentra, producenten, leveranciers en zorgverzekeraars.

Bron: DVN

 

Pluscertificaat 2016 voor diabeteszorg voor volwassenen in het WZA.

De diabeteszorg voor volwassenen in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen voldoet aan de kwaliteitseisen van zorgverzekeraar Zilveren Kruis. Dit geeft aan dat het Wilhelmina Ziekenhuis zo is ingericht dat de diabeteszorg volgens de zorgstandaard van de Nederlandse Federatie Diabeteszorg wordt uitgevoerd.

Aan instellingen die bovengemiddeld scoren op de kwaliteit van door Zilveren Kruis geselecteerde behandelingen of faciliteiten kent Zilveren Kruis een Pluscertificaat toe. De zorgverzekeraar vergelijkt veel voorkomende behandelingen en faciliteiten van instellingen onderling aan de hand van objectieve kwaliteitscriteria. Denk hierbij aan:

  • het uitblijven van complicaties en klachten;
  • het goed registeren van patiëntkenmerken en behandelresultaten;
  • een goede indicatiestelling;
  • het naleven van richtlijnen en protocollen;
  • patiëntervaringen, zowel voor het zorgproces als voor het ervaren resultaat van zorg.

Om in aanmerking te komen voor een Pluscertificaat moeten de instellingen ook voldoen aan de door Zilveren Kruis gestelde eisen aan patiëntveiligheid. Inmiddels beschikken 17 zorgaanbieders in Nederland over het Pluscertificaat 2016 diabeteszorg voor volwassenen.

bewerkte-foto-krant

Centrum Leefstijl en Zorg

Obesitas

Het Centrum Leefstijl en Zorg is een kennis- en ontmoetingscentrum dat veel ervaring heeft op het gebied van overgewicht & obesitas en de daaraan gerelateerde gezondheidsklachten.

Multidisciplinaire Behandelprogramma Obesitas

In dit programma staan de multidisciplinaire en integratieve aanpak van Obesitas centraal. Het multidisciplinaire team bestaat uit een internist, obesitas verpleegkundige, psycholoog, diëtist, fysiotherapeut en leefstijlcoach. Het CLeZ werkt met een persoonlijke interventieplan dat regelmatig wordt geëvalueerd in het multidisciplinair overleg (MDO). De internist is eindverantwoordelijk.

Multidisciplinair Leefstijlprogramma Overgewicht

Uniek aan dit concept is de integratieve en gedragsmatige aanpak van overgewicht op basis van de 3 thema`s: Eet gezond, Beweeg voldoende en Voel je fit. Het programma wordt ondersteund met een gezondheidsapp. Het team bestaat uit diëtist, gewichtsconsulent, fysiotherapeut, leefstijlcoach en mental coach.

Wilt u meer informatie of wenst u een verwijsformulier te ontvangen dan kunt een mail sturen naar info@clez.nl of bellen (0592) 311161 op de woensdagmiddag tussen 13.00 en 17.00 uur.

Adres Centrum Leefstijl en Zorg: Bremstraat 21 Assen.

Aanvullende informatie of  www.clez.nl

 

Intensivisten verwerpen nieuwe IC-richtlijn

De intensivisten hebben de IC-richtlijn gisterenavond 1 juli in een bijeenkomst verworpen. Eerder hadden de internisten en anesthesisten al wel ingestemd met de richtlijn.

Van de 425 aanwezige leden stemde 46 procent voor, 54 procent tegen, melden leden die aanwezig waren. De tegenstanders komen vooral uit de hoek van de ziekenhuizen met een kleine IC, omdat de nieuwe richtlijn ingrijpende gevolgen voor hen heeft. Ze moeten ervoor zorgen dat er 24/7 een intensivist aanwezig is. De opstellers van de richtlijn stellen dat de patiëntenzorg hier beter van wordt, maar tegenstanders vinden dat de wetenschappelijke onderbouwing hiervoor onderbreekt. Volgens kleine algemene ziekenhuizen zijn kleine IC’s een miljoen euro per jaar extra kwijt om de bezetting van intensivisten op orde te krijgen. Ze hebben de afgelopen jaren een lobby gevoerd tegen de richtlijn.

Namens het WZA hebben beide intensivisten, Johan Lutisan en Harald Faber, ook tegen de richtlijn gestemd. De wetenschappelijke onderbouwing ontbrak in deze richtlijn.

Johan Lutisan: Deze richtlijn zou leiden tot verdwijnen van de Intensive Care zorg in het WZA en daarmee zou grote delen van zorg uit het WZA verdwijnen, denk aan de SEH en de verloskunde. Het is daarom goed dat er nu een richtlijn gaat komen die ook het belang van de Intensive Care in de kleine ziekenhuizen behartigt. Dit om de goede kwaliteit van zorg die ook op kleine Intensive Care’s geboden wordt te behouden. Wetenschappelijk is immers in de publicatie van Kluge et al recent in de “Journal van Intensive Care Medicine” aangetoond dat uitkomsten op alle niveaus van de Intensive Care’s in Nederland gelijk zijn.

 

 

 

Interview Frank Blok

Frank Blok is lid van het palliatieve team in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. In de Libelle stond hierover een interview.

FrankBlok

Rob Gonera: Zoek voor IFMS een manier die je aanspreekt

Rob Gonera heeft samen met Paul van Gestel van VerbeterenPresteren het Specialstvolgsysteem ontwikkeld. Lees het volledige artikel in het magazine Interne Geneeskunde.

IFMS Interne WZA

Specialistvolgsysteem