Schildklierhormonen zijn noodzakelijk voor de groei, voor de ontwikkeling van het verstandelijk vermogen en voor vele stofwisselingsprocessen in het lichaam. Normaal maakt de schildklier uit eiwitten en jodium twee schildklierhormonen: T4 en T3.
De schildklier produceert per dag ongeveer 95% T4 en ongeveer 5% T3. T4 bevat 4 jodiumatomen en T3 slechts 3. Na productie van de schildklierhormonen worden deze hormonen in het bloed vervoerd naar alle weefsels. Het transport in het bloed wordt mogelijk gemaakt doordat schildklierhormonen grotendeels zijn gebonden aan zogenoemde transporteiwitten (een klein deel schildklierhormonen zit ‘vrij’ in het bloed).

Als T4 en T3 zijn aangekomen bij het weefsel worden ze ontkoppeld van het transporteiwit en getransporteerd naar de weefselcellen. In het weefsel kan T4 worden omgezet in T3. T3 regelt in de weefsels het activiteitenniveau: bij te veel hormoon werkt het orgaan te snel en bij te weinig juist te traag.