Anatomie

De borsten bestaan voornamelijk uit vet en bindweefsel, dat als een beschermende laag om de bloedvaten en de melkklieren ligt. De hoeveelheid vetweefsel bepaalt de grootte van de borst. Het klierweefsel bestaat uit ongeveer twintig trosvormige klieren die via verzamelbuisjes, de melkgangen, uitkomen in de tepel. Tijdens de zwangerschap wordt in de melkklieren, onder invloed van het hormoon prolactine, de melkproductie op gang gebracht. Via het bindweefsel zijn de borsten bevestigd aan de spieren van de borstkas.
Tepels kunnen stijf naar voren staan, ingetrokken zijn of plat. Ze worden stijver als het koud is, als iemand of iets er tegenaan schuurt, of bij opwinding tijdens het vrijen. Het gebied rond de tepel heet de tepelhof. Deze heeft dezelfde, iets donkere, kleur als de tepel.
De huid van de borsten voelt glad aan. Bij sterke vermagering en bij vrouwen op hogere leeftijd kunnen er rimpels in de huid ontstaan.
In de periode na de eisprong en voor de menstruatie neemt het klierweefsel wat in omvang toe onder invloed van het hormoon progesteron. Ook gaat er meer bloed naar de borsten, waardoor bij sommige vrouwen een wat pijnlijk en gespannen gevoel in de borsten ontstaat. Na de menstruatie verdwijnt dit weer.

Asymmetrie
De borsten kunnen in grootte en vorm iets van elkaar verschillen. Deze asymmetrie is normaal. Ook kan de ene tepel gevoeliger zijn dan de andere.

De lymfklieren
In de borst bevinden zich ook lymfvaten die afvalstoffen afvoeren naar de lymfklieren in de oksel. Lymfvaten en lymfklieren maken deel uit van het afweersysteem en verdedigen het lichaam tegen infecties. Ze bevinden zich in het hele lichaam. Lymfvaten worden onderbroken door lymfklieren. Lymfklieren zijn meestal boonvormig en kunnen in grootte variëren van speldenknop tot erwt. In de lymfklieren worden witte bloedcellen (lymfocyten) gemaakt die de passerende lymfevloeistof van bacteriën kunnen zuiveren. Zijn er, bijvoorbeeld door een ontsteking, veel bacteriën in het bloed, dan kunnen die zich tijdelijk ophopen in de lymfklier, omdat deze het aanbod niet zo snel kan verwerken. De klier wordt dan groter en is voelbaar als een knobbeltje onder de huid.
Het lymfestelsel speelt een belangrijke rol in het vervoer van kankercellen. De lymfklieren kunnen kankercellen tegenhouden, maar soms schieten ze los en worden dan meegevoerd naar de bloedbaan. Op die manier kunnen uitzaaiingen elders in het lichaam ontstaan.

Meer info:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Borst
http://www.diagnoseborstkanker.nl/anatomie
http://home.conceptsfa.nl/~jhvdgoot/anatomie

Behandeling

De behandeling van borstkanker is er op gericht de patiënt te genezen, dan wel zo lang mogelijk in leven te houden. Om dit te bereiken worden meerdere therapieën gegeven die van patiënt tot patiënt in intensiteit en volgorde kunnen verschillen. De meest gangbare therapieën zijn:

Borstoperatie
In verreweg de meeste gevallen begint de behandeling van borstkanker met het verwijderen van de tumor. Dit kan op twee manieren:

  • De borstsparende operatie. Hierbij wordt de tumor weggesneden uit de borst met enig omringend gezond weefsel.
  • De borstamputatie, waarbij de hele borst wordt verwijderd.

Voor welke operatie gekozen wordt, hangt af van de grootte van de tumor en de borst; de soort borstkanker en in hoeverre de kanker verspreid is. Ook speelt de voorkeur van de vrouw een rol in de beslissing.

Bestraling
Na de operatie volgt vaak een serie bestralingen. Dit heet officieel radiotherapie. Bij bestraling wordt radioactieve energie op de plaats van de kankercellen gericht, waardoor deze gedood worden. Alleen het gebied waar mogelijk kankercellen zitten, wordt bestraald. Dit gebeurt bij borstkanker uitwendig. Bestraling is op zich pijnloos. Door de bestraling kun je je wel vermoeid voelen. Ook kan je huid na verloop van tijd gaan opspelen.
Het doel van de bestraling kan genezend (curatief) of klachten verzachtend (palliatief) zijn. De radiotherapeut berekent hoeveel straling je nodig hebt en verdeelt deze dosis dan over enkele weken tijd. De bestraling zelf duurt maar enkele minuten, maar je moet er wel vaak voor naar het ziekenhuis. De duur van de behandeling is wisselend en kan twee tot vijf weken in beslag nemen.

Chemotherapie
Chemotherapie wordt gegeven als er elders in het lichaam uitzaaiingen zijn gevonden of als er een reële kans bestaat dat er tumorcellen in het lichaam aanwezig zijn, maar deze nog niet kunnen worden aangetoond. Chemotherapie is een behandeling met medicijnen (cytostatica). Vaak wordt een combinatie van verschillende soorten medicijnen gegeven, die  per infuus worden ingebracht. Dit gebeurt in dagbehandeling in het ziekenhuis en neemt een paar uur in beslag. Het middel verspreidt zich via het bloed door het hele lichaam en kan op die manier kankercellen doden. Cytostatica maken echter geen onderscheid tussen kankercellen en gezonde cellen. Ze vallen alle cellen aan. Gezonde cellen raken hierdoor beschadigd, maar kunnen later weer herstellen. Kankercellen sterven af.
Chemotherapie bestaat meestal uit meerdere kuren. Na toediening van de cytostatica volgt een rustperiode van meestal drie weken om de gezonde cellen de kans te geven zich weer te herstellen. Chemotherapie wordt per patiënt ingesteld en kan dan ook variëren in intensiteit en duur. Meestal bestaat een behandeling uit vier tot zes kuren. Chemotherapieën zijn berucht om de bijwerkingen: haaruitval, misselijkheid en braken. Niet iedereen krijgt hiermee te maken: sommige vrouwen zijn heel beroerd van de ‘chemo’, terwijl andere de kuur vrij goed doorstaan.

Hormoontherapie
Als de kankercellen hormoongevoelig zijn, volgt na de eerder genoemde behandelingen vaak nog hormoontherapie. Eigenlijk zou je beter kunnen spreken van een anti-hormoonkuur, omdat deze medicijnen tot doel hebben de in het lichaam aanwezige vrouwelijke geslachtshormonen, oestrogeen en progesteron, buiten werking te stellen. Bij hormoongevoelige borstkanker hebben de borstkankercellen geslachtshormonen nodig om te kunnen groeien. Krijgen ze die niet, dan sterven ze af. Hormoontherapie moet, wanneer het als aanvullende behandeling wordt gegeven, meestal vijf jaar gebruikt worden. Zijn de kankercellen niet hormoongevoelig, dan heeft hormoontherapie geen zin.
Kijk voor meer informatie onder ‘Wat is hormoontherapie?’

Behandeling met antilichamen
Het antilichaam dat bij borstkanker wordt gebruikt, Herceptin, hecht zich aan een bepaald eiwit dat aan de buitenkant van de tumorcel kan zitten. Deze kan hierdoor niet verder groeien of zich vermenigvuldigen. Het eiwit dat bij deze borstkankercellen een rol speelt heet HER-2neu. We spreken in dit geval van HER-2neu overexpressie. Behandeling met Herceptin heeft alleen zin als er inderdaad sprake is van HER-2neu overexpressie. Herceptin wordt vaak gegeven in combinatie met chemotherapie.

Meer info:
www.kiesbeter.nl/Ziekenhuizen/
www.borstkanker.nl
www.kankerbestrijding.nl
www.oncoline.nl

Borstzelfonderzoek

Het is belangrijk borstkanker in een vroeg stadium op te sporen, omdat de kans op uitzaaiingen dan klein is. Bovendien kan bij een kleine tumor vaker een borstbesparende operatie worden gedaan.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat maandelijks borstzelfonderzoek niet automatisch leidt tot hogere overlevingskansen, maar aangezien veel vrouwen een knobbeltje of verandering in de borst zelf ontdekken, is het zinnig om alert te zijn op veranderingen in de borsten.

Borstzelfonderzoek heeft het voordeel dat je je borsten goed leert kennen en eerder verdachte signalen of afwijkingen opmerkt. De beste tijd voor borstzelfonderzoek is na de menstruatie, omdat de borsten dan zacht en soepel zijn. Na de menopauze maakt het tijdstip niet veel verschil.

Hoe doe je borstzelfonderzoek?
Je kunt dit het beste staand voor de spiegel doen. Heb je grotere borsten, dan is het beter om het onderzoek bij stap 2 liggend te doen. Controleer je borsten met gesloten, gestrekte vingers en maak ronddraaiende bewegingen van de rand van de borst naar de tepel toe. Oefen voldoende druk uit. Je kunt het onderzoek wat gemakkelijker uitvoeren als je de borsten met babyolie insmeert.

Stap 1
Ga met ontbloot bovenlichaam voor de spiegel staan met de armen ontspannen langs het lichaam. Kijk goed naar:

  • Het verschil in beide borsten.
  • Deukjes of kuiltjes in de huid.
  • Afwijkingen van de tepel of huid.
  • Knijp zachtjes in de tepel om te zien of er vocht uitkomt.
  • Strek daarna de armen omhoog en kijk of er iets aan de vorm en omvang van de borsten verandert.

Stap 2
Leg de rechterhand onder het hoofd en onderzoek met de linkerhand de rechterborst. Maak met de linkerhand kleine ronddraaiende bewegingen waarbij de hele borst wordt onderzocht. Begin linksboven en ga dan naar linksonder, daarna rechtsonder en eindig rechtsboven. Voel ook goed rond de tepel en controleer de tepel zelf.

Stap 3
Ga voorover staan en ondersteun de rechterborst met de rechterhand. Onderzoek de borst met de linkerhand en maak daarbij ronddraaiende bewegingen. Zorg voor voldoende druk.

Stap 4
Blijf gebogen staan en laat de rechterarm naar beneden hangen. Druk met de handpalm van de linkerhand de borst een beetje naar het midden. Onderzoek met gestrekte vingers de rechter okselholte. Borstkanker heeft dikwijls een vergroting van de lymfklieren tot gevolg en deze voelen aan als knobbels. Begin bovenin de oksel en laat de vingers langzaam naar beneden glijden.

Stap 5
Controleer nogmaals de tepel en het gebied eromheen. De tepel moet soepel meegeven als je deze zachtjes een beetje naar voren trekt.

Onderzoek nu op dezelfde manier de linkerborst.

Alarmsignalen:
Lang niet elke afwijking in de borst is kwaadaardig. Integendeel, de meeste afwijkingen zijn goedaardig. Toch is het zaak om bij een van de volgende symptomen meteen naar de huisarts te gaan:

  • Een duidelijk voelbaar knobbeltje in de borst.
  • Een verdikking in de borst, die anders aanvoelt dan normaal.
  • Deukjes of kuiltjes in de borst.
  • Huidverandering van de borst; soms ziet de huid er als een sinaasappelschil uit.
  • Een sinds kort ingetrokken tepel.
  • Bloederig of ander vocht uit de tepel.
  • De borst is rood van kleur en voelt warm aan.
  • Pijn in de borst op een plek waar het klierweefsel ook anders aanvoelt.
  • Een wondje in de huid van de borst dat niet geneest.

Meer info:
www.kwfkankerbestrijding.nl
www.bevolkingsonderzoekborstkanker.nl
www.webvrouw.nl/uploads/391/Borstzelfonderzoek.pdf
www.borstkankerpraathuis.nl/borstzelfonderzoek/

Gevolgen

Gevolgen op korte en langere termijn
Borstkanker is een ziekte met ingrijpende gevolgen. Je leven wordt overhoop gehaald. Je krijgt waarschijnlijk te maken met angst en onzekerheid en misschien ook wel met boosheid. Je wilt graag alles doen om te blijven leven, maar je weet ook dat er aan de behandelingen nadelen kleven.
Het is niet precies te zeggen hoe de gevolgen van een bepaalde behandeling op langere termijn zullen zijn. Alle behandelingen zijn onderhevig aan nieuwe inzichten en veranderingen als blijkt dat op een andere manier betere resultaten kunnen worden behaald. Hierdoor veranderen ook de gevolgen nogal eens.

Gevolgen van de operatie
Na een borstbesparende operatie is je lichaam minder ingrijpend veranderd dan na een borstamputatie, maar het wordt nooit meer als vroeger. Vooral na een amputatie kan de klap hard aan komen. De meeste vrouwen willen de verschillen tussen beide borsten camoufleren en doen dit met behulp van een prothese en speciale verhullende kleding. Andere willen geen prothese en accepteren hun nieuwe lijf zoals het is. Voor deze vrouwen wordt steeds meer aangepaste kleding en lingerie gemaakt.

Borstprothese of borstreconstructie
Na de operatie dragen de meeste vrouwen, al dan niet tijdelijk, een prothese. Prothesen zijn er in allerlei soorten en maten en worden aangemeten in speciale lingeriezaken. Er zijn prothesen die los in een speciale bh worden gedragen; andere zitten vastgekleefd aan je borstkas. De ziektekostenverzekeraar vergoedt een groot deel van de kosten.
Er zijn ook vrouwen die voor een borstreconstructie kiezen. Die kan soms meteen tijdens de amputatie worden uitgevoerd, soms kan dit alleen of beter later. Bespreek dit van te voren goed met je behandelend chirurg.

Lymfoedeem
Zijn tijdens de operatie ook de okselklieren weggehaald, dan heb je kans dat in je arm lymfoedeem optreedt. Dit ontstaat omdat het lymfvocht niet goed kan worden afgevoerd, vanwege het ontbreken van de lymfklieren. Lymfoedeem kan kort na de operatie ontstaan en soms ook jaren later. Het dragen van een elastische kous kan de zwelling in de arm helpen verminderen. Lymfoedeem gaat gepaard met een vermoeid, zwaar gevoel in de arm en beperkingen in het gebruik. Speciale massagetechnieken kunnen verlichting geven. Vraag ernaar in het ziekenhuis.

Zenuwpijn
Ongeveer eenvijfde van de vrouwen die een borstoperatie hebben gehad waarbij ook de okselklieren zijn verwijderd, krijgt vroeg of laat te maken met zenuwpijn. De klachten zijn: milde tot hevige pijn, een schrijnend, branderig gevoel, speldenprikken, steken en een strak gevoel. De pijn kan van mens tot mens variëren: de een heeft een ‘vervelend’ gevoel, terwijl een ander geïnvalideerd raakt door de pijn. Zenuwpijn is moeilijk te behandelen.

Gevolgen van chemotherapie
Veel vrouwen krijgen na de operatie en de bestraling chemotherapie. Deze volgorde is ook wel eens anders (zie onder Behandeling). De meeste vrouwen worden als gevolg van de chemotherapie tijdelijk kaal. Na beëindiging van de chemotherapie komt het haar weer terug.
Bij jongere vrouwen, die nog niet in de overgang zijn, kunnen er blijvende gevolgen zijn. Bij hen kunnen hormonale veranderingen optreden met een vervroegde overgang tot gevolg.
Chemotherapie heeft een grote impact en wordt door velen als zwaar ervaren. Naast bovengenoemde gevolgen voelen veel mensen zich tijdens een kuur heel beroerd. Dit is gelukkig slechts tijdelijk.

Gevolgen van hormoontherapie
Vrouwen die hormoongevoelige borstkanker hebben, krijgen aansluitend nog vijf jaar (en soms langer) hormoontherapie. Veel vrouwen ondervinden hier weinig hinder van, terwijl andere wel veel last hebben van de bijwerkingen. Zie ook ‘Bijwerkingen van hormoontherapie’.

Meer info:
www.lobstar.nl
www.borstkanker.net
www.mijneigenfavorieten.nl/linx/
knuffelborst.jouwpagina.nl

Risicofactoren

Tot nu toe is niet bekend waarom iemand borstkanker krijgt.Wel weten we dat er diverse factoren zijn, die de kans op het krijgen van borstkanker vergroten, de zogenoemde risicofactoren. Aan sommige risicofactoren kun je zelf iets doen, aan andere niet.

Niet beïnvloedbare risicofactoren:

  • Leeftijd
    Borstkanker kan op elke leeftijd voorkomen, maar de kans hierop neemt met het ouder worden toe. Driekwart van de vrouwen die borstkanker krijgen is ouder dan 50 jaar. Bij jonge vrouwen tussen 20 en 30 jaar is het percentage een heel stuk lager.
  • Vroege menstruatie en late menopauze
    Begint de menstruatie rond het twaalfde jaar dan is het risico op borstkanker hoger dan wanneer deze pas na het veertiende jaar begon. Een vroege menopauze, rond 45 jaar, geeft minder kans op borstkanker dan een late menopauze (vanaf 55 jaar). Vrouwen bij wie op jonge leeftijd de eierstokken zijn weggehaald, hebben een verlaagde kans op borstkanker.
  • Erfelijkheid
    Afwijkingen in bepaalde genen (BRCA1 en BRCA2) verhogen het risico op borstkanker (en eierstokkanker).

Eerder een gezwel in de borst
Vrouwen die al een keer borstkanker hebben gehad, lopen meer kans op het weer krijgen van borstkanker. Sommige goedaardige borstaandoeningen kunnen het risico op borstkanker ook verhogen.

Andere risicofactoren:

  • Wel of geen kinderen
    Vrouwen zonder kinderen en vrouwen die pas na hun 35e hun eerste kind krijgen, hebben een tweemaal zo grote kans op het krijgen van borstkanker dan vrouwen die op jonge leeftijd kinderen krijgen.
  • Hormoonsubstitutie (HST) na de overgang
    Vrouwen die tijdens en na de overgang veel klachten hebben en hiervoor oestrogeenvervangende medicijnen gebruiken, hebben een verhoogde kans op borstkanker. Bij gebruik van zowel oestrogeen en progestageen is het risico hoger. Hierbij is de duur van de behandeling belangrijk, want het risico neemt af op het moment dat het gebruik van hormonen korter heeft geduurd of al gestopt is. Vijf jaar na beëindiging is er geen verhoogd risico meer.
  • De anticonceptiepil
    Vrouwen die de pil slikken lopen meer kans op het krijgen van borstkanker, dan vrouwen die dit niet doen. Het risico is het hoogst wanneer hier voor het twintigste levensjaar mee wordt begonnen. Na het stoppen met de pil neemt het risico in de loop der tijd steeds meer af. Tien jaar na de stopdatum is er geen verhoogd risico meer.
  • Alcohol
    Alcohol kan het oestrogeengehalte van het bloed gedurende langere tijd hoog houden. Daarom hebben vrouwen die veel alcohol drinken meer kans op borstkanker. Bij één glas per dag is het risico nauwelijks verhoogd, maar bij twee tot vijf glazen per dag is het risico ongeveer anderhalf keer zo groot.
  • Overgewicht
    Vrouwen die te zwaar zijn, lopen meer risico. Dat komt omdat vetcellen oestrogeen aanmaken. Dit proces vindt ook in de borsten plaats, omdat borsten voor een groot deel uit vetweefsel bestaan. Vrouwen die 25% of meer boven het normale gewicht zijn, hebben meer kans op borstkanker.

Meer info op de volgende sites:
www.rivm.nl/vtv/object_document/o1497n17276.html
www.borstkanker.net Klik op ‘borstkanker’ en vervolgens op ‘risicofactoren’
www.kwfkankerbestrijding.nl/index.jsp?objectid=15138
www.minerva-ebm.be/nl/article.asp?id=37 Info over alcoholconsumptie en het risico op borstkanker
www.kennislink.nl/web/show?id=122691
www.erfelijkheid.nl/zena/borst.php

Wat is Borstkanker?

In Nederland krijgt één op de acht vrouwen ooit in haar leven borstkanker. Per jaar komen er ongeveer 12.000 vrouwen met borstkanker bij. Mannen kunnen ook borstkanker krijgen, maar hun aantal ligt heel veel lager. Bij vroegtijdige ontdekking is de kans op ‘genezing’ vrij groot. Toch overlijden jaarlijks ongeveer 3500 vrouwen aan de gevolgen van deze ziekte

Een ziekte van lichaamscellen
Borstkanker is net als andere soorten kanker een ziekte van lichaamscellen.
Cellen bevatten erfelijk materiaal, genen genoemd. De genen bepalen welke rol een cel in het lichaam heeft. Een cel in een melkklier heeft bijvoorbeeld een andere rol dan een cel in een spier of in longweefsel. Gezonde lichaamscellen groeien regelmatig door celdeling. Deze groei is nodig om beschadigde en verouderde weefsels te vervangen. Bij het ontstaan van kanker gaat er door veranderingen in het erfelijk materiaal van de cel iets mis bij de vermenigvuldiging van de cel. Er vindt een abnormale celgroei plaats, waarbij een of meer cellen eigenschappen beginnen te vertonen, die anders zijn dan de omliggende cellen. Het lichaam kan een deel van deze abnormale cellen zelf opruimen, maar andere zijn het lichaam te slim af en gaan zich toch delen. Hierdoor ontstaan gezwellen of tumoren. Deze kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn.

Over goedaardige en kwaadaardige tumoren
Goedaardige cellen kunnen als een knobbeltje voelbaar zijn, maar zijn op zich vrij onschadelijk. Ze kunnen weefsel opzij drukken, maar groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich ook niet door de rest van het lichaam. Knobbels in de borst zijn nogal eens goedaardig.
Kwaadaardige cellen zijn als het ware de richting kwijt. Ze groeien overal in en doorheen en verspreiden zich gemakkelijk door het lichaam. Als kwaadaardige cellen zich gaan vermenigvuldigen, ontstaat een kwaadaardig gezwel, een carcinoom. De medische term voor borstkanker is dan ook mammacarcinoom.

Soorten borstkanker
Het meest voorkomend is het ontstaan van een tumor in de melkgangen. Dit heet een ductaal carcinoom. Meestal gaat het om één tumor. Soms ontstaat borstkanker in de melkklieren. Dit heet een lobulair carcinoom. Deze vorm van borstkanker groeit meer verspreid door de borst en wordt daardoor vaak pas in een later stadium ontdekt.
Een zeldzamere vorm van borstkanker is die waarbij de tepel is aangetast. Dit wordt de ziekte van Paget van de tepel genoemd.

Stadia van borstkanker
Borstkanker wordt onderverdeeld in stadia. Deze stadia worden bepaald aan de hand van de TNM-code. Deze TNM-code wordt wereldwijd gehanteerd en geeft informatie over de omvang van de tumor en de uitbreiding ervan. Elk stadium vereist  een eigen aanpak.

  • Stadium I: De tumor heeft een doorsnee van minder dan twee centimeter en er zijn geen uitzaaiingen in de lymfklieren van de oksel.
  • Stadium II:  De grootte van de tumor ligt tussen de twee en vijf centimeter. Er zijn eventueel uitzaaiingen naar de lymfklieren.
  • Stadium III:  De tumor is groter dan vijf centimeter en er zijn uitzaaiingen naar de lymfklieren in de oksel. Dit stadium geldt ook voor tumoren die door de huid naar buiten komen, of aan de borstwand vastzitten. In beide gevallen is de kans op uitzaaiingen groot.
  • Stadium IV:  Een tumor met uitzaaiingen naar andere plekken in het lichaam.

Signalen waarop u alert moet zijn:

  • Een knobbeltje of verdikking in de borst, al dan niet pijnlijk.
  • Een ingetrokken tepel die ook bij opwinding niet stijf wordt.
  • Heldere of bloederige afscheiding uit de tepel.
  • Verandering in de vorm of grootte van een borst.
  • Kuiltjes in de huid van de borst.
  • Verkleuring: roodheid of putjes in de huid.

Meer info:
www.borstkanker.startpagina.nl 
www.borstkanker.nl
www.levenmetborstkanker.nl
www.bevolkingsonderzoekborstkanker.nl

Wat is Hormoontherapie?

Hormoontherapie

Er zijn twee soorten vrouwelijke hormonen, oestrogenen en progesteron. Hormoongevoelige tumorcellen groeien onder invloed van die hormonen. De tumorcellen bevatten dan een receptor
voor oestrogeen en/of progesteron (ER+ en PgR+). Zo’n receptor herkent het hormoon.
Hij fungeert als een soort “sleutelgat”, waar het hormoon precies in past. Het hormoon zet zich vast op die receptor en geeft vervolgens de tumorcel de opdracht om zich te delen. Zo groeit de tumor.
Hormoontherapie kan zowel voor als na de overgang gegeven worden, als aanvullende behandeling en bij uitzaaiingen.

Hormoontherapie (eigenlijk “anti-hormoon-therapie) werkt op vier manieren:
– de eigen hormoonproductie blokkeren door een operatie (verwijderen van de eierstokken), bestraling of met medicijnen.
– zorgen dat de hormoonreceptoren van de kankercel worden bezet door de nep-hormonen
(anti oestrogenen). De tumorcel kan dan niet meer groeien en gaat dood.
– de hormoonactiviteit via enzymen remmen, bijvoorbeeld met aromataseremmers.
– hormoonaanmaak in de hersenen remmen (LHRH-agonisten).

Algemene bijwerkingen van hormoontherapie en wat u hier eventueel zelf aan kunt doen

Bijwerkingen van hormoontherapie nemen meestal in de loop van de tijd af.
Bespreek zo nodig uw klachten met uw arts of verpleegkundige: misschien is er een manier of middel om iets te doen aan de bijwerkingen.
Hieronder kunt u lezen wat u zelf eventueel kunt doen met betrekking tot bijwerkingen.

Opvliegers
Opvliegers kunnen worden uitgelokt door:
– koolzuurhoudende of cafeïnehoudende dranken, zoals koffie, thee, cola
– chocolade, warme dranken, heet en gekruid voedsel, alcohol, roken
– stress
– een warme, slecht geventileerde omgeving
– beddengoed of kleding van synthetische materialen
– sauna en te hete baden
Hoe heeft u minder last van opvliegers?
– draag luchtige kleding (katoen, linnen, zijde), meerdere laagjes over elkaar: dan kunt u iets
uittrekken
– doe bijvoorbeeld aan: ontspanningsoefeningen, yoga, ademhalingstechnieken, meditatie
– zorg voor regelmatige lichaamsbeweging
– neem een koel drankje
– probeer stress zoveel mogelijk te vermijden
Voedingssupplementen / medicijnen tegen opvliegers alleen in overleg met de specialist!

Botontkalking (osteoporose)
– blijf in beweging, liefst iedere dag, maar minstens drie keer per week een kwartier
– met name belast bewegen (zoals lopen en tennissen) is hierbij bijvoorbeeld beter dan fietsen
of zwemmen
– train buik-, bil-,  en rugspieren ter ontlasting van de rugwervels
– u heeft 1200-1500 mg calcium per dag nodig (meer dan 2500 mg kan schadelijk zijn)
– neem voldoende kalkrijke (calciumrijke) voeding: melkproducten (bevatten ongeveer 1200 mg
calcium per liter, calcium-verrijkte melk bevat zo’n 50% meer), kaas (bevat tussen de 550-1100mg
per 100 gram)
– magere melkproducten bevatten evenveel calcium als volle melkproducten
– algemeen: drie à vier porties zuivel per dag is voldoende
– ook groene bladgroenten, broccoli en noten bevatten calcium
– teveel roken, alcohol, koffie, zout kunnen de voordelen van calciumrijke voeding teniet doen

– zorg dat u dagelijks zonlicht krijgt voor de aanmaak van vitamine D in het lichaam, waardoor dit
het calcium beter opneemt
– vitamine D zit in (vette) zeevis, zoals haring en makreel, maar ook in margarine, halvarine,
boter en eieren
– bij bewezen afname van de botdichtheid kunnen via de specialist botversterkende medicijnen of
calcium- en vitamine D-tabletten voorgeschreven worden

Gewichtstoename
– gemiddeld wordt een vrouw in de overgang drie tot vijf kilo zwaarder
– eet minder vette producten, gebruik minder vet en suiker
– regelmatig lichaamsbeweging, bijvoorbeeld drie keer per week twintig minuten wandelen, is
beter dan één uur per week
– maak zo nodig een afspraak met een diëtist
– indien u vocht vasthoudt, bespreek dit dan met de arts

Minder zin in vrijen, pijn bij vrijen
– praat over wat u prettig vindt en waar u zich onzeker over voelt
– heb aandacht voor elkaar
– schep een intieme sfeer
– zoek ontspanning
– besteed wat extra aandacht aan uw uiterlijk
– draag geen knellende lingerie van synthetische materialen
– gebruik geen zeep
– gebruik een glijmiddel (te koop bij drogist) of speeksel
– neem de tijd: een langer voorspel maakt de slijmvliezen vochtiger
– indien u jeuk of veel (ruikende) afscheiding heeft, bespreek dit dan met uw arts
– ook kunnen uw borsten pijnlijk, gespannen aanvoelen
Hormonale vochtinbrengende crème / tabletten alleen in overleg met de specialist!

Menstruatie, anticonceptie
– menstruatie zal tijdens de behandeling uitblijven
– heeft u wel vaginaal bloedverlies, meld dit dan bij de verpleegkundige of de specialist!
– hormoontherapie is geen anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel)
– gebruik bijvoorbeeld condooms of een spiraaltje
Bespreek met de specialist of de anticonceptie-pil wel of niet gebruikt mag worden

Ongewild urineverlies
– oefen de bekkenbodemspieren: span de spieren rondom de vagina steeds iets meer aan
door u voor te stellen dat het een lift is die steeds een verdieping hoger gaat. Heeft u de
spieren maximaal aangespannen, dan laat u ze beetje bij beetje weer ontspannen
– probeer volledig uit te plassen, neem de tijd, kantel op het laatste moment uw bekken
– drink dagelijks minimaal anderhalf tot twee liter
– bespreek ongewild urineverlies zo nodig met uw arts of verpleegkundige voor verder onderzoek
of behandeling

Gewrichtsklachten, botpijnen, spierpijn, hoofdpijn
– kan optreden in de eerste weken van de behandeling
– neem een warme douche
– regelmatig bewegen
– aanhoudende en toenemende pijn is reden om te overleggen met uw arts
– zo nodig mag u paracetamol tegen de pijn gebruiken
– bij uitzaaiingen in de botten kan in het begin van de behandeling meer pijn in de botten
optreden

Misselijkheid en braken
– kan optreden in de eerste weken van de behandeling
– blijf goed drinken
– eet vaker kleine porties op een dag
– er kunnen in overleg met de arts of verpleegkundige middelen tegen de misselijkheid gegeven
worden
Verandering van huid, haar
– gebruik weinig zeep, gebruik wel vochtinbrengende lotions of crèmes
– vermijd extreem veel zonlicht, bescherm uw huid met zonnebrandcrème met een hoge
beschermingsfactor
– u kunt lichte haaruitval krijgen
– bespreek ongewenste haargroei met uw arts, verpleegkundige of schoonheidsspecialist

Concentratiestoornissen, stemmingswisselingen en depressieve gevoelens
– plan uw dagen niet te vol, neem voldoende rust en slaap
– schrijf dingen op, leg spullen steeds op dezelfde plaats neer
– als u ervaart dat depressieve gevoelens de overhand hebben, bespreek dit dan met familie,
vrienden of lotgenoten
– bespreek het met uw arts of verpleegkundige. Zo nodig kunt u doorverwezen worden naar
een specialist voor psychologische begeleiding
– neem middelen tegen depressiviteit alleen in overleg met uw arts
De meest gebruikte hormonen op een rij

Anti-oestrogeen: Tamoxifen (Nolvadex®)
Het remt de werking van oestrogeen door de hormoonreceptor in de borstkankercel te blokkeren.
Tamoxifen is geen anticonceptiemiddel (voorbehoedsmiddel). U moet dus als u nog niet in de overgang bent anticonceptie blijven toepassen. U kunt condooms of een spiraaltje gebruiken. Als u “de pil” zou willen gebruiken moet u dit overleggen met uw specialist.
Tamoxifen wordt gegeven in tabletvorm en moet eenmaal per dag worden ingenomen. Het wordt meestal goed verdragen. Er kunnen bijwerkingen optreden, maar dat hoeft niet te gebeuren.
Bijwerkingen Tamoxifen (Nolvadex®)
Vooral bij vrouwen die nog niet in de overgang zijn, kunnen opvliegers optreden. Misselijkheid kan voorkomen in het begin van de behandeling. Meestal verdwijnt dit vanzelf. Verder komt voor: gewichtstoename, hoofdpijn, vaginale droogte, vaginaal bloedverlies en licht haarverlies. Ook kunt u last hebben van sombere gevoelens. Indien u zich blijvend neerslachtig voelt bespreek dit dan met uw arts of verpleegkundige.
Bij gebruik van Tamoxifen is er een verhoogde kans op trombose en op baarmoederkanker, maar die kansen zijn op zich klein.
Als u ontstollingsmiddelen gebruikt zoals Sintrom® en Marcoumar®, moet u aan de trombosedienst melden dat u Tamoxifen gebruikt.
Tamoxifen heeft een iets beschermende werking tegen botontkalking.

Aromataseremmers: Anastrozol (Arimidex®), Letrozol (Femara®) en Exemestaan (Aromasin®).
Een aromataseremmer is een medicijn dat de werking van aromatase stillegt, een enzym dat een rol speelt bij de aanmaak van oestrogenen. Zij worden gegeven in tabletvorm, eenmaal per dag, en zijn over het algemeen goed te verdragen. Als de eierstokfunctie nog intact is wordt een behandeling gegeven van een aromataseremmer gecombineerd met een behandeling om de eierstokfunctie uit te schakelen. Aromataseremmers zijn bijvoorbeeld: anastrozol (Arimidex®), letrozol (Femara®) en exemestaan (Aromasin®). Niet iedereen ervaart alle bijwerkingen, of heeft bijwerkingen in dezelfde mate. Soms wordt vanwege bijwerkingen van de ene aromataseremmer overgegaan op de andere.
Bijwerkingen Aromataseremmers
Veel voorkomend zijn opvliegers. Vooral in het begin komt misselijkheid voor, een verminderde eetlust en overgeven.
Dit verdwijnt meestal na enkele weken, maar blijft bij sommigen voortduren. Dan kan geprobeerd worden of wisselen van aromataseremmer helpt. Zo niet, dan kan het nodig zijn een ander type hormoontherapie te geven.

Vaginale droogte komt voor, moeheid, lichte haaruitval, gewrichtspijnen en duizeligheid. Ook
komt soms depressie voor. Een klein percentage heeft last van concentratiestoornissen. Bij langer gebruik kan botontkalking optreden.

Anti-oestrogenen: Fulvestrant (Faslodex®)
Fulvestrant werkt niet alleen op borstkankercellen, maar remt in alle organen de werking van oestrogenen door de oestrogeenreceptor te vernietigen. Het wordt gegeven als injectie, eenmaal per maand, vaak in de bilspier.
Fulvestrant wordt over het algemeen goed verdragen. Er zijn bijwerkingen die in meer of mindere mate kunnen voorkomen en lijken op die van Tamoxifen.

Bijwerkingen anti-oestrogenen: Fulvestrant (Faslodex®)
Bijwerkingen die bij deze middelen kunnen optreden passen bij de overgang, zoals opvliegers, transpireren en een droge vagina. Ook kunnen de hormonen invloed hebben op de stemming. Aan het begin van de behandeling kunnen misselijkheid, pijnlijke borsten en vaginaal bloedverlies optreden.
De plaats van de injectie kan pijnlijk zijn. Verder komt moeheid voor, hoofdpijn en misselijkheid.
Er kan wat haaruitval optreden. Ook vaginale droogte komt voor, spier- en gewrichtsklachten en invloed op de stemming. Bij langer gebruik kan botontkalking optreden.

LHRH-agonisten: Gosereline (Zoladex®) en Leucoproreline (Lucrin®)
Dit is een middel dat de hormoonaanmaak in de hersenen remt. Deze medicijnen worden gebruikt bij vrouwen die nog niet in de overgang zijn, als aanvullende behandeling en bij uitzaaiingen. Ze worden toegediend per injectie in de buikwand, eenmaal per 4 weken. Tegenwoordig zijn er ook mogelijkheden om eenmaal in de 3 maanden te injecteren. Deze medicijnen stoppen na één tot twee weken de menstruatie. Zeker in het begin zijn er nog anticonceptiemiddelen nodig, omdat de menstruatie niet direct stopt. Ook dit type medicijnen kan bijwerkingen hebben.
Bijwerkingen  LHRH-agonisten: Gosereline (Zoladex®) en Leucoproreline (Lucrin®)
Overgangsverschijnselen ontstaan gewoonlijk na een paar weken: opvliegers, transpireren, een droge vagina en minder zin in vrijen. Vooral in het begin van de behandeling kan er vaginaal bloedverlies zijn en kunnen de borsten pijnlijk zijn. In die fase komt ook misselijkheid voor. Verder kan er hoofdpijn optreden en depressie. Het lichaamsgewicht kan veranderen, meestal stijgen.
Bij gebruikers die uitgezaaide borstkanker hebben, kunnen in het begin van de behandeling de klachten verergeren.