Adjuvante behandeling

Inleiding
Na de operatie krijgen de meeste vrouwen met borstkanker nog een behandeling met medicijnen gericht tegen eventueel aanwezige occulte uitzaaiingen. Dat zijn uitzaaiingen die zo klein zijn dat je ze niet kunt zien op foto’s of bij bloedonderzoek. Deze behandeling heet adjuvante behandeling. Adjuvante behandelingen kunnen het risico kleiner maken dat de borstkanker in de toekomst terugkeert in de andere borst of op andere plaatsen in het lichaam.

Wij bieden u een adjuvante behandeling aan, als u zonder adjuvante behandeling een risico van meer dan 25 % loopt dat de borstkanker in de komende 10 jaar terug komt. Wij kunnen dit risico bepalen aan de hand van uw leeftijd, de afmeting van de kanker die bij operatie in de borst is gevonden, het beeld onder de microscoop en of er uitzaaiingen in de okselklieren waren.

Er zijn verschillende adjuvante behandelingen en vaak krijgen vrouwen een combinatie van behandelingen. De adjuvante behandeling is een op u persoonlijk afgestemde behandeling. In samenspraak met u kiezen we een behandeling waarvan we verwachten dat het effect zo gunstig mogelijk is en de bijwerkingen zo gering mogelijk. De keuze van de uiteindelijke behandeling hangt af van de eigenschappen van de tumor die bij operatie verwijderd is. Daarnaast houden wij rekening met uw algehele gezondheid, de ziekten die u in het verleden hebt doorgemaakt, uw dagelijks medicijngebruik en of u al door de overgang of menopauze bent.

Welke adjuvante behandelingen zijn er?
De meeste vrouwen die jonger zijn dan 70 jaar komen in aanmerking voor een behandeling met adjuvante chemotherapie. Er zijn verschillende soorten chemotherapie waaruit per persoon een keuze wordt gemaakt die zowel afhangt van de eigenschappen van de borstkanker die bij operatie is gevonden als van uw algemene gezondheid. Alle adjuvante behandelingen met chemotherapie zijn infuusbehandelingen die op de dagbehandeling gegeven worden. De behandelingen duren tussen 18 en 24 weken.

Met hormonale therapie wordt u behandeld, als u een hormoongevoelige tumor hebt. De hormonale therapie is een behandeling met tabletten, die u eenmaal daags, gedurende 5 jaar slikt. Soms wordt de behandelingsduur in overleg met uw arts verlengd.

Bij vrouwen die door de overgang zijn en een hormoongevoelige tumor hebben, kan soms worden afgezien van adjuvante chemotherapie, omdat de adjuvante hormonale therapie alleen al voldoende werkzaamheid heeft.

Als u veel her-2 eiwit op de celbuitenkant van de borstkanker hebt en een adjuvante behandeling met chemotherapie krijgt, wordt u ook behandeld met trastuzumab ofwel herceptin. Dit is een infuus behandeling waarvoor u gedurende een jaar, om de drie weken, de dagbehandeling bezoekt.

Patiënten die zowel behandeld worden met adjuvante chemotherapie als met adjuvante hormonale therapie of trastuzumab, beginnen altijd met de chemotherapie. De hormonale therapie wordt gestart na afloop van de chemotherapie. De trastuzumab wordt halverwege de chemotherapie gestart.

De adjuvante behandelingen duren vaak lang en het is belangrijk dat u zich tijdens de behandelingen goed voelt. We gaan dus in de loop van de behandeling steeds met u na of er bijwerkingen zijn en of deze bijwerkingen u belemmeren. Als dit het geval is, zullen we nagaan of we de klachten kunnen verbeteren, of we een andere behandeling kunnen geven ofwel de behandeling moeten staken.

Behandeling Overzicht

Als na onderzoek de diagnose borstkanker luidt, dan is er een behandeling nodig. Daartoe zal een behandelplan samen met de patient worden opgesteld.

Na uitvoerig onderzoek zal de tumor verwijderd worden. Daarna volgt in de meeste gevallen een aanvullende behandeling of adjuvante behandeling. Deze kan bestaan uit bestraling(radiotherapie), chemotherapie of andere behandelingen met medicijnen.
Welke behandeling u krijgt is afhankelijk van welke diagnose bij u gesteld is.

In de volgende hoofdstukken komen alle behandelingen aan de orde.
Tevens zullen de behandelaars in filmclips kort vertellen wat een behandeling inhoudt, wat eventuele bijwerkingen kunnen zijn en tips die het voor u draaglijker kunnen maken.

Behandeling met Herceptin

Als na onderzoek de diagnose borstkanker luidt, dan is er een behandeling nodig. Daartoe zal een behandelplan samen met de patient worden opgesteld.

Na uitvoerig onderzoek zal de tumor verwijderd worden. Daarna volgt in de meeste gevallen een aanvullende behandeling of adjuvante behandeling. Deze kan bestaan uit bestraling(radiotherapie), chemotherapie of andere behandelingen met medicijnen.
Welke behandeling u krijgt is afhankelijk van welke diagnose bij u gesteld is.

In de volgende hoofdstukken komen alle behandelingen aan de orde.
Tevens zullen de behandelaars in filmclips kort vertellen wat een behandeling inhoudt, wat eventuele bijwerkingen kunnen zijn en tips die het voor u draaglijker kunnen maken.

Bijwerkingen Chemotherapie

Zoals alle medicijnen heeft ook chemotherapie bijwerkingen. Tegen een aantal bijwerkingen, zoals misselijkheid worden medicijnen gegeven

De meest voorkomende bijwerkingen kunnen zijn:

  • Vermoeidheid
  • Infecties
  • Bloedarmoede
  • Kleine bloedinkjes
  • Misselijkheid en braken
  • Diarree
  • Ontstekingen van het mondslijmvlies
  • Haaruitval
  • Hartklachten
  • Uitdrogen van slijmvliezen met name in de vagina
  • Verkleuring van de urine
  • Grieperig gevoel

Bijwerkingen Hormonale therapie

Bijwerkingen die kunnen voorkomen bij hormonale therapie zijn:

  • Lichte misselijkheid
  • Toename van lichaamsgewicht
  • Overgangsklachten zoals opvliegers
  • Uitdrogen van slijmvliezen

Tips bij gebruik van hormoontherapie
Hormoontherapie duurt vijf jaar, en soms langer. Gedurende die tijd moet je elke dag één tablet innemen. Op zich een kleine moeite, maar de kans bestaat dat je de tablet soms een keer vergeet. Daarom is het belangrijk om het medicijn elke dag op een vast tijdstip te slikken. Je kunt dit doen op het moment dat dit het beste uitkomt. Hieronder enkele tips:

  • Maak er een gewoonte van om de tablet dagelijks op hetzelfde tijdstip in te nemen.
  • Gebruik een pillendoosje met vakjes voor alle dagen van de week, zodat je een keer per week het doosje kunt vullen en kunt zien op welke dag je de tablet al hebt genomen. Deze doosjes zijn te koop bij apotheek en drogist.
  • Je kunt ook elke dag na het slikken van de tablet een kruisje op de kalender of in je agenda zetten.
  • Om misselijkheid tegen te gaan, kun je het middel bijvoorbeeld na de lunch of na het avondeten innemen.
  • Word je toch misselijk, eet dan meerdere kleine maaltijden over de dag verspreid in plaats van drie grote.
  • Heb je moeite met het slikken van tabletten, neem het middel dan in met een hapje yoghurt of vla en spoel na met een beetje water.
  • Drink dagelijks zeker 1½ liter water; dit verhoogt de uitscheiding van afvalstoffen en maakt dat je je beter voelt. Om er zeker van te zijn dat je voldoende drinkt, kun je elke ochtend bijvoorbeeld een gevulde waterfles op het aanrecht zetten, waar je op verschillende tijdstippen van de dag steeds een glas uit neemt. Aan het einde van de dag weet je precies hoeveel je gedronken hebt.
  • Mocht je onverhoopt toch een dag de tablet vergeten, ga dan weer gewoon verder met het slikken van één tablet per dag. Geen dubbele dosis dus.
  • Slik nooit meer dan één tablet per dag. Neem je per ongeluk meer, laat het dan weten aan je arts of apotheker.
  • Neem voldoende lichaamsbeweging. Dit ruimt ook afvalstoffen op uit het lichaam. Je voelt je er energieker en beter door. Dit heeft een positief effect op je algehele conditie, waardoor je de behandeling beter kunt verdragen.
  • Eet gezond en gevarieerd. Goed voor de conditie en de lijn, want door hormoontherapie kun je aankomen.
  • Neem de medicijnen trouw in, ook als je denkt ze niet meer nodig te hebben. Onderzoeken hebben aangetoond dat de overlevingskansen van vrouwen met borstkanker beduidend toenemen als ze de medicijnen dagelijks gedurende vijf jaar innemen!

Stop nooit op eigen houtje met het gebruik van hormoontherapie, maar overleg altijd eerst met je arts! Doe dit ook als je veel last van bijwerkingen krijgt.

Meer info:
www.consumed.nl/medicijnen/
www.astrazeneca.nl/producten/
www.borstkanker.net/vragen/

Chemotherapie Afdeling

Indien u bij ons chemotherapie zal gaan krijgen zult u zien dat wij ons best doen om het u zo comfortabel mogelijk te maken. De chemo-afdeling beschikt over een aantal gemakkelijke stoelen en er is mogelijkheid om in een bed te liggen als dit nodig is. Wij zijn met een klein groepje verpleegkundigen die allemaal gespecialiseerd zijn in de oncologie. Tijdens de kuur is er uiteraard de mogelijkheid om vragen te stellen over alles wat u nog niet duidelijk is. Tijdens de kuur is het mogelijk dat er iemand bij u blijft. Na afloop kunt u met vragen altijd bij de coördinerend oncologie verpleegkundige of bij ons terecht.

Chemotherapie

Er zijn verschillende soorten chemotherapie. Per persoon zal een keuze worden gemaakt die afhangt van de eigenschappen van de borstkanker die bij de operatie gevonden is en van de algemene gezondheid.

Behandelingen met chemotherapie zijn behandelingen per infuus die op de dagbehandeling worden gegeven. U hoeft hiervoor dus niet te worden opgenomen.

De behandeling vindt plaats op een vaste dag in de week. Het is handig na te gaan welke dag voor u het meest gunstig is, bijvoorbeeld in verband met begeleiding .

Chirurgische Behandeling

Borstamputatie
Bij een borstamputatie (ablatio mammae) wordt de hele borst verwijderd. Hiermee streeft de chirurg ernaar al het borstklierweefsel van de aangedane borst te verwijderen. De ribben blijven bedekt door de borstspier.
Door de operatie ontstaat een vrij groot litteken. De borstwand is na de operatie niet altijd glad en kan iets verdikt zijn. Dit kan zich na een paar maanden herstellen. Kort na de operatie hoopt zich altijd een hoeveelheid wondvocht op onder het litteken. Ook dit herstelt zich na enige tijd.
De huid van de borstwand wordt minder gevoelig of helemaal gevoelloos. Dit vermindert vaak met de tijd. Soms komt het voor dat een deel van de wond juist extra gevoelig wordt.
Het verwijderde weefsel wordt onderzocht op het laboratorium. Bestraling is alleen nodig als dit pathologisch onderzoek daar aanleiding voor geeft.
Wanneer de wond genezen is, kan een borstprothese gedragen worden. Ook bestaat direct of later de mogelijkheid van een borstreconstructie.

Borstreconstructie 
Bij een borstreconstructie maakt de plastisch chirurg tijdens een operatie een nieuwe borst. Een borstreconstructie kan worden uitgevoerd 6 tot 12 maanden na een amputatie of na beëindiging van eventuele bestraling en/of chemotherapie. Het is ook mogelijk de reconstructie te laten doen tijdens dezelfde operatie waarin de amputatie wordt verricht.

Een borstreconstructie is vrijwel altijd mogelijk. Er zijn verschillende manieren om een borst te reconstrueren. Niet elke methode is geschikt voor iedere patiënt. De arts bespreekt de verschillende mogelijkheden met de patiënt.

Borstsparende operatie
Om in aanmerking te komen voor een borstsparende operatie speelt de grootte van de tumor een belangrijke rol. Bij een tumor kleiner dan 4 centimeter wordt meestal een borstsparende operatie geadviseerd. Andere factoren die een rol spelen, zijn bijvoorbeeld de plaats van de tumor, de grootte van de borst en de algemene conditie van de patiënt.

Bij de borstsparende operatie wordt de kwaadaardige afwijking verwijderd met een gedeelte van het omliggende, gezonde borstweefsel. De chirurg verwijdert tegelijkertijd een gedeelte van het omliggende weefsel om er zo zeker mogelijk van te zijn dat alle kwaadaardige cellen die zich reeds rond het gezwel kunnen bevinden, ook worden verwijderd.

Microscopisch onderzoek van het verwijderde weefsel kan achteraf aantonen of de kwaadaardige afwijking volledig is verwijderd. Soms is de afwijking niet volledig verwijderd en is het noodzakelijk om in een volgende operatie het afwijkende weefsel ruimer weg te nemen. Dat kan vaak dan nog steeds borstsparend, mits er nog voldoende ruimte in de borst aanwezig is. Anders is het nodig om alsnog een amputatie van de borst te doen.

De cosmetische resultaten van de borstsparende operatie hangen af van de plaats en grootte van de tumor en van de omvang van de borst. De vorm en structuur van de borst kunnen door de operatie veranderen. De mate waarin dit gebeurt, is vooraf moeilijk te voorspellen. Sommige veranderingen zijn tijdelijk, andere blijvend. Het cosmetische eindresultaat na de operatie is vaak pas te beoordelen na zes maanden tot een jaar.

Een borstsparende operatie wordt altijd gevolgd door radiotherapie. Dit is nodig om de kans van terugkeer van de tumor te minimaliseren. De bestraling gebeurt over een periode van 6 tot 7 weken en start binnen 6 weken na de operatie, zodat de borst eerst de kans krijgt om te genezen.

Verdere informatie over deze behandeling wordt gegeven door de radiotherapeut. Tevens is informatie te lezen in het supplement radiotherapie van de behandelwijzer die de patiënt krijgt, de folder van het KWF of van de informatiefolder van de bestralingsafdeling zelf.

Hormoontherapie

Vrouwen met hormoongevoelige borstkanker krijgen, na de operatie en eventueel andere behandelingen, vijf jaar of langer hormoontherapie. Deze is gericht op het uitschakelen van de vrouwelijke geslachtshormonen. Eigenlijk zou je dus kunnen spreken van anti-hormoontherapie.

Waarom hormoontherapie?
Vrouwelijke geslachtshormonen, oestrogeen en progesteron, zijn onmisbaar voor het ontwikkelen en functioneren van de borsten. Ze worden voornamelijk in de eierstokken gemaakt en voor een deel ook in ondermeer onderhuids vetweefsel. De hormonen binden zich aan borstkliercellen via zogenaamde hormoonreceptoren. Deze zou je kunnen vergelijken met sloten, waar de hormonen als sleutel precies in passen. Zo geven ze de kern van de cel een signaal om te gaan delen en te groeien. Dit is een normaal lichamelijk proces dat bij alle vrouwen plaatsvindt. Borstkankercellen kunnen echter ook hormoonreceptoren hebben. We spreken dan van een hormoongevoelige tumor. In dat geval hechten oestrogeen en progesteron zich aan de hormoonreceptoren op de kankercellen en bevorderen de groei ervan. Dat is niet bij alle vrouwen met borstkanker het geval. Van de vrouwen die nog menstrueren heeft ongeveer de helft een hormoongevoelige tumor; bij vrouwen na de overgang is dat ongeveer driekwart. Bij een hormoongevoelige tumor is de behandeling gericht op het remmen van de hormoonproductie of het blokkeren van de effecten van de hormonen. Op die manier worden mogelijk achtergebleven kleine tumorcelgroepjes buiten de borst gedood.

Krijgen alle vrouwen met hormoongevoelige borstkanker hormoontherapie?

Bij het toedienen van hormoontherapie wordt een onderscheid gemaakt tussen twee groepen: vrouwen die nog menstrueren en vrouwen die de overgang al gepasseerd zijn (postmenopauzaal). Behoort u tot de groep postmenopauzale vrouwen, dan krijgt u medicijnen die de werking van oestrogenen tegengaan. Een bekend middel is tamoxifen (Nolvadex®), dat zich hecht aan oestrogeenreceptoren. Hierdoor kan oestrogeen niet meer aan de tumorcel hechten en sterft deze af. Nieuwere middelen zijn de aromataseremmers (Arimidex®, Aromasin®, Femara®). Deze blokkeren de productie van oestrogenen, zodat er veel minder oestrogeen in het lichaam is. De groei van de eventueel achtergebleven kleine groepjes tumorcellen wordt hierdoor geblokkeerd en doet de tumorcellen doodgaan. Het ligt aan diverse factoren of de arts kiest voor eerst een paar jaar gebruik van tamoxifen en daarna overstappen op een aromataseremmer, of meteen een aromataseremmer. Beide medicijnen zijn in tabletvorm en u kunt ze dus thuis gemakkelijk innemen. Bij vrouwen die de overgang nog niet zijn gepasseerd (premenopauzaal), is de behandeling in eerste instantie gericht op het uitschakelen van de grootste oestrogeenbron: de eierstokken. Vroeger gebeurde dit operatief door de eierstokken te verwijderen, nu ook vaak door toediening van medicijnen. Deze zogenaamde LHRH-analogen gosereline (Zoladex®) of leuprolide (Eligard®, Lucrin®) worden in de buik gespoten via een onderhuidse injectie. Daarnaast krijgen deze vrouwen ook vaak tamoxifen of (mogelijk in de naaste toekomst) een aromataseremmer voorgeschreven.

Hoe lang moeten de medicijnen gebruikt worden?
Grote, wereldwijde onderzoeken hebben aangetoond, dat vrouwen die vijf jaar lang hormoontherapie gebruiken een veel betere overlevingskans hebben. Daarom is de behandeling gebaseerd op vijf jaar medicijngebruik. Om ervoor te zorgen dat de medicijnen optimaal werken, moet je dus vijf jaar lang dagelijks een tablet slikken. Op zich lijkt dit een kleine moeite, maar toch blijken sommige vrouwen dit niet te doen. Uit onderzoeken in Ierland, Duitsland en de Verenigde Staten is gebleken dat tot eenderde van de vrouwen de pillen niet dagelijks innemen. Vaak omdat ze zich goed voelen en het belang van de therapie niet meer inzien; soms ook omdat ze veel last hebben van bijwerkingen of simpelweg omdat ze vergeten de medicatie in te nemen. Hoe je er ook naar kijkt, probeer het slikken van de tablet in je dagelijkse routine in te bouwen. Je hebt er dan meestal weinig hinder van en op die manier voorkom je vergeten.    

Meer info:
www.nki.nl/Ziekenhuis/Patienten/Hormoontherapie

www.chirurgenoperatie.nl/hormoontherapie
www.diagnose-kanker.nl/hormoonbehandeling/

Mammacare

Een van de behandelaars die u vaak zult treffen is de mammacare-verpleegkundige. Zij zal u zo veel mogelijk begeleiden bij alle onderzoeken en behandelingen. Zij bespreekt met u hoe lang uw opname gaat duren. In veel gevallen is het goed mogelijk dat u op de dag van de operatie weer naar huis gaat. Zij zal u dan ook vragen naar uw thuissituatie om na te gaan of dit mogelijk is.

Vaak is de mammacare-verpleegkundige de eerste waar u met uw vragen terecht kan. Ook kan zij heel goed aangeven bij wie u het beste met vragen terecht kan. Zij zal u helpen met het maken van de vele afspraken bij de diverse leden van het behandelteam.

Mammapoli

Als bij u een afwijking in de borst is geconstateerd, zal zo snel mogelijk een onderzoek plaats vinden op de polikliniek voor borstkanker, de Mammapoli van het Wilhelmina Ziekenhuis Assen.

U wordt ontvangen door de nursepractitioner of de chirurg. Een van hen zal u onderzoeken en een vragenlijst met u doornemen.
Daarna gaat u door naar de radioloog voor foto’s van beide borsten, de mammografie. Het is mogelijk dat d.m.v. een punctie cellen opgezogen worden. Er kunnen ook kleine stukjes weefsel worden afgenomen voor nader onderzoek. Cellen en weefsel worden onderzocht door de patholoog.

Pathologie onderzoek

Het onderzoek van de patholoog richt zich op  microscopisch onderzoek van cellen en weefsel van de patiënt .
Er zijn twee momenten waar onderzoek door de patholoog aan de orde is.
Allereerst als de patiënt voor het eerst naar het ziekenhuis komt.
Cellen uit de borst die door de radioloog worden opgezogen met een “punctie” worden door de patholoog dezelfde dag nog onderzocht op de aanwezigheid van kankercellen en de uitslag wordt na enkele uren aan de behandelend chirurg doorgegeven. Ook kunnen stukjes weefsel  (histologische biopten) uit de borst worden afgenomen.  Deze weefselstukjes zullen na bewerking worden onderzocht door de patholoog om de diagnose zeker te stellen.  Dit onderzoek duurt enige dagen.

In tweede instantie onderzoekt de patholoog het weefsel dat verwijderd is bij de operatie.
De patholoog  zal het bij de operatie verwijderde borstweefsel onderzoeken, om vast te stellen of de tumor in zijn geheel is weggenomen.  Dat kan pas door onderzoek met een microscoop worden vastgesteld. Als  de tumor niet geheel verwijderd is, kan een tweede operatie nodig zijn.
Daarnaast wordt de tumor op een aantal kenmerken onderzocht die mee bepalen of, en zo ja welk type, nabehandeling noodzakelijk is.
Tijdens de operatie zal  door de chirurg  ook vaak een schildwachtklier  (de dichtstbijzijnde lymfklier)  worden verwijderd .
Deze schildwachtklier wordt door de patholoog onderzocht op uitzaaiingen  van kankercellen .
Als  er uitzaaiingen worden vastgesteld, zal de patient een tweede operatie moeten ondergaan waarbij de rest van de lymfklieren in de oksel  worden verwijderd.  Ook daarin wordt door de patholoog onderzocht of er meer uitzaaiingen aanwezig zijn.

Alle uitslagen worden in een team van behandelaars besproken en een behandelplan wordt opgesteld.

Radiologisch onderzoek

Het radiologisch onderzoek van de  patiënten, die door de huisarts zijn verwezen naar  de mammapolikliniek bestaat meestal uit een röntgenonderzoek (mammografie) en een echografisch onderzoek van de borst. Hierbij worden vrijwel altijd beide borsten onderzocht. Niet alleen om te kunnen vergelijken, maar soms wordt in de andere borst bij toeval ook iets ontdekt, in een vroeg stadium. Op basis van deze onderzoeken is vaak al met grote zekerheid uitsluitsel te geven over de aard van de aandoening van de borst. Zo kan in geval van een cyste, dat is een plaatselijke ophoping van vocht, vrijwel direct gezien worden dat het om een dergelijke goedaardige cyste gaat. In geval van een kwaadaardigheid is dit soms ook op de röntgen- en echografie met zekerheid te zien. De radioloog zal u tijdens zijn onderzoek informeren over zijn eventuele verdenking van goedaardigheid of kwaadaardigheid. Voor de definitieve bevestiging van het vermoeden op een goedaardige of kwaadaardige afwijking is vaak een punctie nodig. Dit kan soms door een punctie met een dunne naald direct tijdens de echografie gebeuren, terwijl in andere gevallen een punctie met een wat dikkere naald nodig is. In dat geval wordt er eerst een lokale verdoving gegeven.

Het Bevolkingsonderzoek op Borstkanker
In Nederland neemt een groot aantal vrouwen tussen 50 en 75 jaar iedere 2 jaar deel aan het bevolkingsonderzoek op borstkanker en een aantal daarvan wordt doorverwezen voor nader onderzoek. De eerder al gemaakte foto’s worden hier altijd herhaald, omdat daarop soms al blijkt dat de vermeende afwijking slechts schijn was, een drogbeeld en dus niet op een reële afwijking berust. Vaak doen we dan toch ook voor de zekerheid nog een echo, en adviseren vaak nog een controle foto over enkele maanden. Gelukkig blijkt bij ongeveer tweederde van de vrouwen uit het bevolkingsonderzoek dat het om een goedaardige afwijking gaat. Als het om een kwaadaardig gezwel gaat, wordt dit vaak in een vroeg stadium ontdekt en  is dus nog niet voelbaar voor patiënt of dokter. Dat is natuurlijk ook de reden waarom dit bevolkingsonderzoek wordt gedaan.

Het bevolkingsonderzoek is helaas niet staat om alle aanwezige tumoren te zien. Soms zijn ze nog te klein om op te vallen op een foto of gaan geheel schuil in het normale klierweefsel, zodat het heel belangrijk is dat wanneer u een afwijking voelt in de borst altijd contact opneemt met uw huisarts, ook als het bevolkingsonderzoek kort voordien normaal was.

In veel gevallen gaat het bij een verwijzing door het bevolkingsonderzoek om kalkspatjes in de borst. Deze kalkspatjes kunnen volledig onschuldig zijn. Ze kunnen echter soms ook berusten op kwaadaardige cellen. Heel vaak betreft het dan een voorstadium van borstkanker. Het is van groot belang in dit nog niet gevaarlijke stadium de diagnose zeker te stellen, voordat we met een echt kwaadaardige tumor te maken hebben.

Om de gevonden kalkspatjes te duiden als goedaardig (door allerlei afwijkingen verder niet van belang) of kwaadaardig (voorstadium van borstkanker) is aanvullend onderzoek nodig. Op een speciale röntgentafel verbonden met een computer  kan een deel van het weefsel met de kalkspatjes verwijderd worden met een dikke punctienaald. De patholoog beoordeelt vervolgens onder de microscoop wat de verklaring is van de kalkspatjes in de borst. Dat kan in de praktijk enkele dagen duren.

De afdeling radiologie stelt zich ten doel alle vrouwen met een afwijking in de borst goed en adequaat te diagnosticeren met een betrokken team. In een periode van spanning over de diagnose is het belangrijk om met duidelijke informatie en begrip voor de begeleidende emoties een veilig gevoel te krijgen, ondanks de technische omgeving. De ervaring van de radiologen met de uitvoering van het bevolkingsonderzoek onderstreept hun betrokkenheid.

Radiotherapie

Radiotherapie is een behandeling met bestraling. Meestal is dat röntgenstraling waarmee wordt geprobeerd de kankercellen te vernietigen.

De bestraling vindt in de meeste gevallen plaats vier weken na de operatie. Bij een borstbesparende operatie wordt altijd bestraling toegepast om eventuele achtergebleven kankercellen te vernietigen. Wanneer de borst in zijn geheel wordt weggenomen is bestraling niet altijd noodzakelijk. Tenzij de patholoog gezien heeft dat er uitlopertjes van de tumor dicht bij de snijvlakken aanwezig zijn, ook dan wordt er bestraald.

Een andere reden om te bestralen is de aanwezigheid van uitzaaiingen in de oksel. Het gebied van de oksel wordt dan ook bestraald om eventuele achtergebleven kankercellen te vernietigen.

Radiotherapie kan bestaan uit 25 tot 35 bestralingen.

Wetenschappelijk onderzoek

Op het gebied van kanker wordt veel onderzoek gedaan, vaak op landelijk niveau.

Het doel van het doen van onderzoek is om de behandeling van kanker nog verder te verbeteren. Dit kan op verschillende manieren. Soms worden nieuwe medicijnen gegeven waarvan nog onderzocht moet worden of de dosering goed is. Soms worden bestaande medicijnen in nieuwe combinaties gegeven en soms wordt met een bestaand medicijn onderzocht of bijwerkingen van de bestaande behandeling verminderd kunnen worden. Er zijn verschillende soorten onderzoek mogelijk.

In het Wilhelmina Ziekenhuis wordt meegewerkt aan een aantal landelijke onderzoeken. Hier spreken we meestal over studies.

Als u gevraagd wordt deel te nemen aan een studie en u heeft daarin toegestemd zullen uw gegevens (bloeduitslagen, toegediende medicatie, uw welbevinden) worden genoteerd. Dit wordt gedaan door een researchverpleegkundige. Een researchverpleegkundige is gespecialiseerd in het uitvoeren, begeleiden en coördineren van wetenschappelijk onderzoek.

Heeft u vragen over de studie waaraan u deelneemt dan kunt u contact opnemen met de researchverpleegkundigen van de Interne Poli.

De researchverpleegkundigen zijn telefonisch bereikbaar op alle werkdagen, uitgezonderd de woensdag, van 9.00-16.00 uur op telefoonnummer 0592 325748. U mag ook een e-mail sturen naar researchinterne@wza.nl